Lemoenappel is een oud Nederlands ras dat vermoedelijk in de 18e of 19e eeuw is ontstaan. De middelgrote vruchten zijn geelgroen met rode strepen en een oranje waas aan de zonzijde. Vruchtvlees: roomwit, sappig en zachtzuur-aromatisch met een subtiel citrusachtig aroma. Bloeit in april–mei met witroze bloemen. Oogstbaar in oktober, goed bewaarbaar tot in de winter. De boom groeit middelsterk met een brede kroon en draagt regelmatig. Groeit goed op vruchtbare, goed doorlatende leemgrond. Redelijk resistent tegen meeldauw, matig vatbaar voor schurft. De vruchten zijn breed inzetbaar: heerlijk als handappel, maar ook uitstekend voor bakken, moes, sap en cider.




