Lunterse Pippeling is een oud Nederlands ras, vermoedelijk ontstaan rond 1850 in de omgeving van Lunteren. De middelgrote vruchten zijn geelgroen met soms een rode blos aan de zonzijde. Vruchtvlees: wit, sappig, stevig en friszuur-aromatisch. Bloeit in april–mei met witroze bloemen. Oogstbaar in oktober, goed bewaarbaar tot december. De boom groeit middelsterk met een open kroon en draagt regelmatig. Groeit goed op vruchtbare, goed doorlatende leemgrond. Redelijk resistent tegen meeldauw, matig vatbaar voor schurft. De vruchten zijn breed inzetbaar: geschikt als handappel, en ook uitstekend voor bakken, moes en sap.



