Trosjespeer is een oud Nederlands ras, vermoedelijk afkomstig uit de Betuwe. De kleine vruchten groeien in trosjes aan de takken, geelgroen met soms een lichte blos. Vruchtvlees: wit, sappig, zacht en zoet. Bloeit in april–mei met witte bloemen. Oogstbaar in augustus–september. De boom groeit middelsterk met een brede kroon en is zeer productief. Groeit goed op vruchtbare, vochtige leem- of kleigrond. Redelijk resistent tegen schurft. De vruchten zijn geschikt als handpeer, maar ook voor bakken, inmaken, moes en sap



